Geschiedenis hotel Tjaarda
Al rond 1700 trok Oranjewoud bij Heerenveen belangstelling van dagjesmensen. Speciaal voor deze mensen werd omstreeks 1740 ‘De Tent’, gebouwd. Uitbater Simon Lantinga, die ook een bekende buikspreker was, gaf De Tent bekendheid door de heerlijke baars die er werd opgediend. In de 19e eeuw kwamen er meer logementen in Oranjewoud.
In 1834 werd hotel ‘Heidewoud’ door logementhouder en tuinman Johan Meijer gesticht. Vanaf 1877 zwaaide de familie Tjaarda er de scepter. Tot op de dag van vandaag hield één hotel stand in Oranjewoud: Golden Tulip Tjaarda Oranjewoud.
Speeltuin en uitkijktoren Oranjewoud
Willem Tjaarda realiseerde in 1891 de eerste speeltuin tegenover de het hotel en ook zoon Andreas (1882-1981) heeft veel voor de bezoekers van Oranjewoud betekend. De keuze van de locatie bleek zeer gelukkig door de vijfsprong van prachtige lanen tegenover het hotel.
Vanaf 1903 kende logement Tjaarda een nieuwe speeltuin met glijbanen, waggelkamer, kettingbrug over het water en draaimolens. Andreas Tjaarda reisde de wereld rond, van Athene tot Caïro. Hij keerde terug boordevol ideeën. Zo liet hij in 1917 - op een kleine afstand van het hotel, een houten uitkijktoren of ‘belvédère’ bouwen in het Tjaarda’s bos. De toren werd in 1924 wegens bouwvalligheid vervangen en er verrees een nieuwe betonnen toren van ruim twintig meter hoog op een tien meter hoge berg. Bij de belvédère was ook een grot voor het vermaak van de dagjesmensen.
Een ander uniek idee was de aanleg van een doolhof van 8000 beukenboompjes op een ingewikkelde plattegrond met een lachkabinet in het midden. Veel Friezen vonden de weg naar het logement en de attracties. Zij konden dan op de foto worden gezet, een mooie herinnering voor later. Ook werden er vele ansichtkaarten van de lommerrijke lanen en bijzondere bezienswaardigheden uitgegeven. Tjaarda zorgde voor goede public relations voor die tijd. Hij gaf vanaf 1908 plattegronden uit, waarop attracties en wandelroutes stonden aangegeven. Hotel Tjaarda beschikte over een afzonderlijk gebouw met een grote zaal voor feesten en danspartijen en organiseerde muziekuitvoeringen en thema-avonden.
Viersterren Golden Tulip Tjaarda Oranjewoud
De heer O.J. Schreur volgde Andreas Tjaarda in 1957 op als uitbater en werd later eigenaar. Deze tijd staat nog steeds bekend om de grote feesten waarbij alles mogelijk was. Na Schreur zwaaide de heer Oosting de scepter. Aan deze op en top gastheer heeft hotel Tjaarda haar grote naamsbekendheid mede te danken. Nieuwe arrangementen, concepten en faciliteiten werden gerealiseerd.
Onder leiding van dochter Marjan Oosting werd het oude hotel in 1995 afgebroken en vervangen door het huidige complex met twee lange vleugels. Sindsdien behoort het hotel tot de Golden Tulip keten. Het luxueuze hotel met een imposante hal en trap wordt veel gebruikt als decor voor fotoreportages.
Tjitte H.B. de Wolff is sinds 1998 directeur van hotel Tjaarda. Onder zijn leiding is het Wellness & Spa Tjaarda Oranjewoud gerealiseerd. De zalen, het restaurant en het grand café zijn uitgebreid en de eerste hotelkamers hebben een facelift gekregen.
Oranjewoud en zijn geschiedenis
Oranjewoud dankt zijn naam aan de prinses van Oranje, Albertine Agnes (1634-1696), dochter van de bekende Hollandse stadhouder Frederik Hendrik. Zij trouwde met de Friese stadhouder Willem Frederik en woonde op het stadhouderlijk hof in Leeuwarden. Toen ze weduwe werd, kreeg ze behoefte aan een buitenverblijf, zoals in die tijd mode was. Albertine Agnes vond de geschikte plaats in Oranjewoud, toen bekend als 't Wold. Zij kocht er een bestaand landhuis en enkele boerderijen. Daarna liet zij lange lanen, singels en tuinen aanleggen. Hiermee legde zij de basis voor een vorstelijk landgoed.
Grootse aanleg Oranjewoud
Na de dood van Albertine Agnes erfde schoondochter Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau het bezit, na het overlijden van haar man. Deze ambitieuze vrouw wilde Oranjewoud moderniseren. De beroemde architect en tuinarchitect Daniël Marot kreeg van haar de opdracht een grootse aanleg te realiseren. Zoals hij dat al eerder bij paleis Het Loo had gedaan. Marot ontwierp in Oranjewoud twee vleugels, maar het middengebouw verrees nooit. De stadhouderlijke familie verbleef 's zomers in de westelijke vleugel, de hofhouding had onderdak in de oostvleugel.
De tuinarchitect maakte een plan voor de tuinen, gerangschikt langs een lange as van 3,5 kilometer gelegen tussen het dorpje De Knipe in het noorden en het riviertje de Tjonger in het zuiden. Het meest noordelijke deel van deze as bestond uit een waterpartij, een Grand Canal, waarover het huidige Museum Belvédère is gebouwd. Het tweede deel van de aanleg bij het slot heette de hof, waar tuinvakken met oranjebomen stonden.
Tegenover deze aanleg lag de Overtuin met eveneens een invulling in barokstijl. Verschillende generaties Oranje-Nassau verbleven in de zomer op Oranjewoud in 1791. In de Franse tijd zijn beide vleugels gesloopt (1803 en 1805) en is het bezit in 1813 verkocht. Op de plaats van het stadhouderlijke buitenverblijf verrezen twee buitenplaatsen, Oranjewoud op de plaats van het oude slot en Oranjestein op de locatie van de rentmeesterswoning. Later werd in Oranjewoud nog een landhuis gebouwd, Klein Jagtlust. Deze buitenplaatsen werden door adellijke en voorname families bewoond. Al deze landhuizen bezaten een mooie tuinaanleg, geheel volgens de mode van de 19e eeuw, de landschapsstijl.
Bron: Drs. Rita Mulder-Radetzky
